Terugblik concert Henk Plas 12 op juli 2017

‘Niets anders dan een verzameling van een paar honderd fluiten bij elkaar,’ omschrijft iemand een orgel in orgelmagazine Timbres. Henk Plas bewijst met zijn concert met werken van Bruhns, Buxtehude, Bach en Sweelinck het (on)gelijk van deze stelling. In het weekend klonk iets verder dan de kerk nog havendagenmuziek in Coevorden. Nu maken we met Henk Plas een muzikale orgelmuziekreis van eind zestiende tot halverwege achttiende eeuw. De gezichten van de bezoekers deze avond tonen tevredenheid om maar niet van geluk te spreken. Henk Plas, met als thuisbasis Münster, speelt de rol van ‘buitenlandse’ organist met verve. Plas was ooit leerling van Plasman zoals Bruhns studeerde bij Buxtehude. En Bach? Die werd door zowel Buxtehude als Sweelinck beïnvloed. Het concert trok maar liefst zeventig bezoekers. Het begin, met Nicolaus Bruhns: Praeludium e-moll, is gelijk goed. Met Bach, Herr Jesu Christ, dich zu uns wend, horen we dat het orgel meer is dan een paar honderd fluiten bij elkaar, hier wordt muziek gemaakt, het is alsof we een heel orkest horen. Deze sfeer houdt Plas vol met de Passacaglia d-Moll van Buxtehude, in mijn oren technisch perfect en met gevoelvolle baslijnen. In het stuk Concerto a-Moll, een bewerking van Bachs tijdgenoot Vivaldi, de Rode Priester, horen we Italiaanse violen hun invloed uitoefenen: p r a c h t i g. Dan naar Nederland met de Vier variaties van Psalm116 van Sweelinck. Enkele luisteraars gaan onwillekeurig mee neuriën en dat hoor je in een verder stille kerkruimte al snel. Dat Bach ruimte laat voor improvisaties toont Plas met zijn laatste stuk: Toccata, adagio en fuga C-Dur, BWV 564. De muziek omhelst het publiek als een oude vriend zijn kameraden op een reünie.

Klaas van der Meulen