Terugblik concert door Rien Donkersloot op 2 augustus 2017

Op een niet al te warme zomeravond begint organist Rien Donkersloot voor een redelijk gevulde kerk zijn concert met een improvisatie op het koororgel over het lied “Wat God doen dat is welgedaan”.
“Rien begint met het spelen van het koraal. Daarna volgen er enkele variaties. De eerste variatie, met één enkele fluit gespeeld, klinkt als een fluitensemble.
Rien improviseert in een vrij traditionele stijl, maar daar is het zeker niet minder mooi om. Hij is creatief in zijn improvisaties en laat het koororgel in alle mogelijke klankkleuren op zeer verzorgde wijze horen.

Rien vervolgt z’n concert met Praeludium en Fuga in D. Het stuk begint virtuoos met een toonladder in het pedaal. Daarna volgt de Alla Breve, waardoor het stuk tot rust komt en je even achterover kunt leunen in je stoel. Vooral het Adagio-gedeelte na de Alla Breve was erg verrassend. Geen plenum, maar zacht geregistreerd met de tremulant. Dit maakte de overgang naar de Fuga spannend.
De Fuga van dit stuk vind ik bijzonder. Het thema is verrassend van eenvoud, het had in een boekje voor een beginnende organist kunnen staan. Compositorisch gezien is hier sprake van een enorme mate van creativiteit van de schepper van dit stuk. Rien zet het thema van de Fuga in met een flink tempo en weet dit goed vast te houden. Hij toont hier zijn vakmanschap en muzikaliteit. Fantastisch uitgevoerd!

Dan komen we ineens in een ‘andere wereld’ De wereld van de Romantiek. De Variations Sérieuses (Op. 54) van Felix Mendelssohn Bartholdy worden uitgevoerd. Is dit echt hetzelfde orgel als bij het Praeludium en Fuga van Bach? Jazeker, het orgel bewijst weer eens ook het klankpallet te hebben voor de uitvoering van romantische werken. Rien heeft de registraties zorgvuldig en smaakvol voorbereid. Het stuk bestaat uit een thema met variaties, oorspronkelijk geschreven voor piano. Het is bewerkt voor orgel door Reitze Smits. Het variaties vormen een blauwdruk van het leven. De ene variatie drukte rust uit, terwijl de muziek in een andere variatie stormachtig klinkt.

Van de Duitse romantiek stappen we over naar de Franse romantiek. Camille Saint Saens is aan de beurt met Le Cygne (uit: Carnaval des Animaux).      
Saint-Saëns beeldt in de composities uit Carnaval des Animaux de karakteristieke eigenschappen van een aantal dieren uit.
In Le Cygne wordt de zwaan uitgebeeld. Het stuk is oorspronkelijk geschreven voor piano en cello, maar is voor orgel gearrangeerd door Alexandre Guilmant.
De langzame melodie werd zéér gracieus en lieflijk met een dulciaan als uitkomende stem gespeeld. Je ziet de deftige zwaan elegant aan je voorbij zwemmen. Adembenemend mooi!
Rien speelt hierna Prelude et Fugue, eveneens van Camille Saint Saens. Dit is een werk dat ook in oorsprong voor orgel bedoeld is. Het Prelude is virtuoos en robuust en staat als een huis. De Fugue heeft een prachtig melodieus thema. Er was wederom sprak van een zeer verzorgde uitvoering.

Rien vervolgt het concert met Clair de Lune, uit Trois impressions for Organ van Sigfrid Karg-Elert.
Hoewel het maanlicht nog niet te zien was, kon je je toch een avondwandeling voorstellen waarbij het maanlicht mysterieus op je pad schijnt. Het is een stuk waaruit een mystieke sfeer wasemt, hetgeen versterkt werd door opnieuw een zorgvuldige keuze van de registraties.

Tot slot werd de Piet Hein Rhapsodie van Peter van Anrooy gespeeld. Het is een werk voor symfonieorkest en is bewerkt voor orgel door Reitze Smits.
Het lied van de ‘Zilvervloot’ deed het publiek glimlachen en bij menigeen enig jeugdsentiment herleven. Het zeer levendige stuk werd met een enorme muzikale drive uitgevoerd. Het orgel klonk, zeker aan het einde van het stuk, als een waar symfonieorkest.

De uitspraak van Cesar Franck “l'Orgue c'est mon orchestre” was op deze avond zeker van toepassing.
Opvallend bij dit concert was dat bijna de helft van de gespeelde werken niet oorspronkelijk voor orgel bedoeld waren, maar ik had ze zeker niet willen missen.

Leo Ridderbos