Terugblik concert Leonore Lub op 21 juni 2017

Als je een orgelconcert bezoekt van organiste Leonore Lub weet je bij voorbaat eigenlijk al dat het orgelspel zeer verzorgd is en technisch op hoogstaand niveau is. Het was bij dit concert niet anders.
Leonore begon haar concert op het koororgel met Allegro, Andante, Menuet/Trio uit Leichte Divertimenti van Joseph Haydn. Deze muziek wordt veelal op de piano vertolkt, maar Leonore bewees dat deze muziek ook uitstekend op orgel klinkt.
Het eerste allegro paste uitstekend bij het zonnetje dat de kerk in scheen. Eén en al vrolijkheid op een prachtige zomeravond en met een lichte toucher gespeeld passend bij het koororgel.
Bij het andante kon je even heerlijk relaxen, waarbij je bijna de neiging kreeg om je benen even te strekken op de stoelen voor je (ik heb me ingehouden).
Bij het Menuet/Trio had je het gevoel dat de hele natuur meegenoot en alle vogels meefloten. Hoe je dag ook geweest is, bij dit stuk komt alles weer goed.
Leonore vervolgde haar concert op het hoofdorgel met Sonate I van Carl Phillipp Emanuel Bach (Allegro, Adagio, Allegro). Bij het eerste allegro werd je meteen even wakker geschud. Het stuk kenmerkte zich door een grote mate van virtuositeit, hetgeen ook zeker een verdienste was van de organiste. Leonore speelde het stuk alsof het orgel het uit zichzelf speelde, schijnbaar moeiteloos.
Het adagio creëerde een totaal andere sfeer van rust en sereniteit. Het slotallegro was weer één en al vrolijkheid en zorgde uiteindelijk voor de eenheid van de drie stukken uit deze Sonate.
Vervolgens was de componist Joseph Jongen aan de beurt. Jongen was een Belgische componist en organist en heeft naast stukken voor orkest ook kamermuziek en werken voor orgel geschreven.
Het Pièce pour grand orgue heeft duidelijk een romantische inslag. De uitvoering van dit stuk bewijst dat het orgel in Coevorden zich ook goed leent voor de vertolking van dit soort muziek, ook mede door de zorgvuldige registratie die Leonore voor dit stuk heeft uitgezocht.
Het stuk Chant de mai riep een bijzondere mystieke sfeer op, waarbij het aanwezige kleurenpallet van het orgel in klank goede diensten heeft bewezen.
Bij het Petit Prélude werd de prachtige melodie van dit stuk gespeeld met een tongwerk. Het riep eenzelfde mystieke sfeer op als in Chant de mai. De begeleiding kenmerkte zich ook door een prachtige klankkleur. Muziek is soms net een kleurdoos.
Bij het Scherzetto vergeet je alles wat er om je heen in de wereld gebeurt. Het was een snel en humoristisch stuk, waarbij je een glimlach niet kunt onderdrukken. Er ontstaat een gevoel dat je lak krijgt aan alles. De wereldproblematiek is even niet meer belangrijk, wij genieten hier met elkaar van deze muziek en dat pakt niemand ons meer af.
In het Pensée d’autonomne klonk het orgel als een Frans orgel met tongwerken. Er werd verder ‘geschilderd’ met het pallet aan akkoorden en klankkleuren.
Tot slot speelde Leonore drie werken (Prélude, Cantilène en Scherzando) van Gabriël Pierné. Pierné was een Franse romantische componist en organist.
Het Prélude werd energiek gespeeld met wederom een mooie registratie en het stuk representeerde standvastigheid en stabiliteit.
De schitterende melodie van het Cantilène werd gevoelig en zeer zorgvuldig met een tongwerk gespeeld, alsof je heerlijk melancholisch aan het slenteren was door de straatjes van een oude stad. Tot slot werd het Scherzando gespeeld. De tongwerken van het orgel werden weer volop benut en het stuk zat boordevol levendigheid en het sprankelde van alle kanten. Ook bij dit stuk was de glimlach niet te onderdrukken en er ontstond een enigszins kolderieke sfeer dat resulteerde in een goedgeluimdheid.
Het orgelspel van Leonore Lub creëerde aan het begin van het concert reeds een sfeer van vrolijkheid. Die sfeer heeft ze met haar spel en de keuze van haar stukken op de langste dag van het jaar het gehele concert weten vast te houden.

Leo Ridderbos